Traditionalisme, 1915-1965

Traditionalisme: architectuuropvatting die inspiratie zoekt in vooral de eigen, traditionele bouwkunst en bouwwijzen. Benadrukt waarden en betekenis ervan in reactie op toenemende modernisering en internationalisering.

 

Het traditionalisme vormde een krachtige reactie op het functionalisme met zijn compromisloze moderniseringsdrang. Tegenover het internationalisme daarvan stelden de traditionalistische architecten de waarden van het eigen volkskarakter. Zij idealiseerden het eigen verleden en de door de traditie overgeleverde gebouwtypen, vormen en materialen. Deze hadden voor hun ontwerpen een voorbeeldfunctie, waarbij wel rekening werd gehouden met specifieke functievereisten van de moderne tijd. De traditionalisten vormden een qua opvattingen gevarieerde groep. Zij hadden als centrale figuur en inspirator M.J. Granprť MoliŤre, hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft. Deze architectuur wordt daarom ook aangeduid met de term Delftse School. Enkele andere belangrijke traditionalistische architecten waren A.J. Kropholler, J.F. Berghoef, en G. Friedhoff.

 

Traditionele materialen

De traditionalisten hadden qua materiaalgebruik een besliste voorkeur voor hout, natuursteen en baksteen. De moderne technische materialen staal en beton werden bij constructieve toepassing zoveel mogelijk verdekt. Het architectonische beeld is dat van vrij gesloten bakstenen gevels, verticaalgerichte vensteropeningen en hellende daken. Details en complete bouwdelen, zoals entreepartijen en bekroningen, zijn meestal historiserend, zonder dat ze exacte kopieŽn van oude voorbeelden zijn. Voor elke gebouwfunctie werd het voorbeeld gezocht in bij vergelijkbaar gebruik toegepaste historische architectuur. Bij belangrijke representatieve gebouwen, zoals stadhuizen en kerken, werden ervoor passend geachte meer formele compositieprincipes gehanteerd. Voor woningbouw diende de eenvoudige, informele woonhuis- of boerderijarchitectuur van de zeventiende  tot begin negentiende eeuw als belangrijkste voorbeeld. Dit is goed te zien aan details zoals vensters met roedeverdelingen en luiken. Op het traditionalisme was verder van grote invloed Scandinavische neoclassicisme van het begin van de twintigste eeuw, met name dat van de Zweedse architect G. Asplund.

 

Vormvariatie

Voorbeelden van traditionalistische architectuur zijn de villa Klein Vrijenban 2 van P. Verhagen, het woningcomplex Charlotte de Bourbonstraat/Nassaulaan, en het woning/winkelblok aan de Peperstraat. De villa toont de invloeden van de Scandinavische architectuur, met haar rustige, zeer eenvoudige vormen en de overwegend gesloten gevels. Een ander voorbeeld, sociŽteit Standvastigheid, verwijst met de details van vensteromlijstingen en -indelingen naar statige neoclassicistische woonhuisarchitectuur. De Sacramentskerk van H. Thunissen en J.Th van Rossum wekt met zijn massieve toren en door steunberen gelede muren associaties op met middeleeuwse kerkbouw.Voor kerkbouw liet Granprť Moliere zich bij voorkeur inspireren door de laatantieke, vroegchristelijke architectuur van de vierde tot de zevende eeuw. Zijn gedachten daarover waren van grote invloed op een jongere generatie architecten, onder wie die van de beginnende ‘Bossche School’ van eind jaren veertig en vijftig. Een prachtige uitwerking daarvan is de kapel van het Sint-Stanislascollege van J.A. van der Laan (zie illustratie), met een door een flauw hellend schilddak afgedekte hoge kernruimte, en naar laatantieke voorbeelden gedetailleerd metselwerk.

lees verder