In 1295 verleende graaf Floris V aan Delft het recht een vleeshuis te bouwen. Daarin moest onder toezicht van de stad al het vlees worden verhandeld. Hiermee werd een kwaliteitsgarantie gegeven en werden tevens inkomsten voor de stad gegenereerd. De Vleeshal was een van de grote handelsgebouwen rond de westzijde van de Markt. Het gebouw werd na de stadsbrand van 1536 hersteld, maar in 1650 vanaf de middeleeuwse overwelfde kelderverdieping geheel opnieuw opgetrokken. Het ontwerp in Hollands classicistische stijl wordt toegeschreven aan steenhouwer Hendrick Swaef. De toepassing van natuursteen bleef beperkt tot de voorgevel en de rij zandstenen kolommen binnen in de hal. De vleeshal behield tot 1872 zijn oorspronkelijke functie. Daarna werd het gebouw in gebruik genomen als korenbeurs. In 1945 werd het verhuurd aan een studentenvereniging die het gebruikte als sociëteit en daar de naam Koornbeurs aan gaf. Dat is ook de naam van de huidige jongerensociëteit die er gebruik van maakt.