De vorm van de molen met zijn zeszijdige onderbouw en ronde bovenbouw is uniek. Tot 1679 stond hier, op een rondeel van de stadswal, een houten standerdmolen. Nadat die was omgevallen, kwam er een wipstellingmolen, een zeldzaam molentype, met een gemetselde onderbouw en daarop een houten wipmolen. In deze vorm kon de molen veel hoger wind vangen, terwijl in de onderbouw ruimte was voor de opslag van graan en meel. Voor de bouw van de wipmolen werden onderdelen van de omgevallen standerdmolen hergebruikt. Deze wipmolen had een zeer bijzondere zeszijdige voet, zodat ook de stenen onderbouw zeszijdig werd uitgevoerd. Om de molen te kunnen bedienen kreeg de stenen onderbouw een omloop: een stelling. In 1728 werd de stenen onderbouw van de stellingwipmolen verhoogd en om die onderbouw heen, deels op de buitenmuur van het rondeel, werd een molenhuis gebouwd. In 1760 werd de houten wipmolen vervangen door de huidige ronde stenen bovenbouw.