Paul Tétar van Elven (1823-1896), kunstschilder, docent handtekenen aan de Polytechnische School en kunstverzamelaar, woonde hier van 1864 tot 1894. Hij richtte er enkele stijlkamers in en bracht er zijn collectie schilderijen en kunstnijverheid onder. De salon kreeg in 1886 een plafondbeschildering van A.F. Gips. In 1926 stichtte Van Elvens tweede echtgenote bij testament er een museum, waarna een expositiezaal met glazen kap werd toegevoegd. Het huis dateert in opzet uit de 16de eeuw. Aanvankelijk was het smaller en bezat het links een poort. Het werd, mogelijk nog vóór 1600, vergroot tot een breed tweebeukig pand dat rond 1717 een nieuwe voorgevel kreeg in Lodewijk XIV-stijl met spiegelboogvormig getoogde vensters. Het voorste deel van het zadeldak werd vervangen door een dwars geplaatst lager schilddakje. De vensters op begane grond en verdieping kregen rond 1800 empireramen met decoratief houtsnijwerk aan de bovenzijde. De oude tweebeukige opzet bleef herkenbaar aan de plaatsing van de vensters.