Het huis heeft een trapgevel met natuurstenen banden, blokken en waterlijsten. Boven de geblokte strekken van de vensters op de verdieping en op zolderniveau zijn opmerkelijke versieringen aangebracht. Ze bestaan uit in natuursteen uitgevoerd rolwerk met een ringvormig ornament in het midden en aan weerszijden daarvan een s-vormige voluut. In het middenornament boven de verdiepingsvensters zijn monsterkopjes aangebracht en op zolderniveau is er een raampje in aanwezig. Dergelijke renaissancemotieven werden verspreid via architectonische voorbeeldboeken zoals die van Vredeman de Vries. De onderste treden en de toptrede van de trapgevel hebben overhoeks geplaatste pinakels, een motief dat nog aan de late gotiek herinnert. De kruisvensters zijn begin 19de eeuw vervangen door schuifvensters die verder naar beneden doorlopen. Daardoor zijn hoeken van de gevelsteen verdwenen en is het laatste cijfer van het jaartal niet goed te lezen. De gevelsteen draagt de afbeelding van een veer, die verwijst naar de oude huisnaam, en oorspronkelijk wit geschilderd was.