Vanaf circa 1600 waren er in Delft verscheidene militaire opslagplaatsen en werkplaatsen gevestigd. Staf en personeel woonden in particuliere huizen. Pas vanaf 1781 was er in Delft permanent een garnizoen gelegerd, met eenheden artillerie en infanterie. Enkele gebouwen in de stad werden daartoe tot kazerne bestemd. De garnizoenscommandant kreeg zijn bureau in een pand aan de Markt, de hoofdwacht. In 1787 werd er een voorbouw voor aangebracht waaronder militairen beschut op wacht konden staan. Die kunstig gemetselde voorbouw onttrekt een fraai versierde oudere pui grotendeels aan het oog. Dankzij de aanwezigheid van de voorbouw is die pui ontkomen aan latere moderniseringen. De voorbouw werd gebouwd op eigen grond, want huizen hadden vroeger voor het huis een eigen stoep die niet tot de openbare weg behoorde. Daardoor kon men luiken openklappen, goederen uitstallen, een luifel laten uitsteken of in de stoep een keldertoegang maken zonder voorbijgangers te hinderen. Thans kantoor en bovenwoning.